Ontwerp en constructie
De Mark II is 2 voet en 9 inch langer op de waterlijn dan de Mark I, een verandering die helpt te verklaren waarom hij een hogere PHRF-score heeft van 125 vergeleken met de 130 van de eerdere boot. De waterverplaatsing is met 3.300 lbs toegenomen ten opzichte van de Mark I, en de mast is iets meer dan twee voet hoger met 54 vierkante voet extra zeiloppervlak. Waar de Mark I een naar achteren hellend roer droeg op een schuine roerkoning, stapt de Mark II over op een vrijwel verticale roerkoning die verder naar achteren op de kiel is geplaatst, met een roerkoker (bustle) die de opening tussen het roer en de romp overbrugt. Ontwerper George Cuthbertson verklaarde de naar achteren hellende roerstand van de eerdere boot door te verwijzen naar tanktesten die aantoonden dat dit een snellere vorm was wanneer deze losgekoppeld van de romp werd bekeken. De 35 werd eerst gebouwd onder de CCA-regels en later geclassificeerd onder IOR, en Practical Sailor merkte in januari 1985 op dat geen enkele andere seriegebouwde boot uit dezelfde periode, grootte en type een lagere PHRF-basisrating had. (1)
Tuigage en vaareigenschappen
Onder zeil is de C&C 35 snel: ze loopt tot zeven à acht knopen met een lichte, directe roerdruk, en eigenaren melden dat ze onder spinnaker tot 11 à 12 knopen hebben gesurft. Bij lichte wind en aan de ruime wind overschrijdt ze haar nominale snelheid. Een Mark I genaamd Walloon won zes keer de Mackinac Race, zowel onder beide regels als in klasse-achtige klassen. Wedstrijdzeilers beweren dat het naar achteren geplaatste roer van de Mark I efficiënter is en harder kan worden gepusht op spinnakerreizen voordat er wordt overstag gegaan dan dat van de Mark II, hoewel de bijna verticale mast en het stootwill van de latere boot een bewuste evolutie waren. De kuip van de Mark I scheidt de stuurstand van de bemanning door een op het dek gemonteerde grootschoot-overloop, terwijl een gegoten spuitkap voor de kajuittrap de lijnen naar achteren leidt; de achterste stuurstand van de Mark II is wat kwetsbaarder voor intensief oceaanzeilen, hoewel de 35 met een goede zelfstuurinstallatie uitstekend geschikt zou zijn als blauwwaterzeiler. (1)
Accommodatie
Benedendeks biedt de Mark II een typische indeling uit de jaren 70: een hoekkooi naast een krappe kaartentafel, een kombuis in L-vorm en een dinette die kan worden omgebouwd tot tweepersoonskooi met een bank tegenover het anker. Een hangkast tegenover het toilet scheidt de salon van de V-kooien voorin. De Mark I heeft daarentegen hogere gangboorden en een krapper interieur, geen brugdek om over te stappen bij de kajuittrap, een lagere motorbox en een kombuis die in de hoek is geduwd — de Mark II wint ruimte en stahoogte door zijn hogere gangboorden. Eigenaren beschrijven een kuip in T-vorm waarbij beweging achter het stuurwiel onhandig is. (1)
Bekende problemen
Het hoofdschot heeft bij sommige vroege Mark I-modellen losgelaten van de romp, veroorzaakt door het klappen tegen de wind in zware zeegang, hoewel de oplossing eenvoudig is met een anker. De achterste stuurstand blijft een overweging voor wie langdurige oceaanreizen met anker overweegt. (1)
Refits en eigendom
De meeste C&C 35's verlieten de werf met de op gas werkende Atomic Four als hulpmotor, hoewel een paar eigenaren een diesel hebben gemonteerd. Sommige boten zijn voorzien van een refit met nieuwe kielen waardoor de romp vlak op de kielbasis kan staan, wat zeer handig is voor het stallen en droogvallen. De standaard wielgrootte is 30 inch, en de boten zijn in de loop der decennia intensief gebruikt voor toervaren. (1)
Het oordeel
De C&C 35-2 is een doordacht verder ontwikkelde racer-cruiser waarvan de langere waterlijn en het hogere want direct vertaald werden in een hogere PHRF-categorie en levendigere prestaties dan de Mark I, zonder het zeewaardige gedrag op te offeren dat deze lijn tot een favoriet maakte voor open zee. De accommodatie is van zijn tijd en iets ruimer dan die van de eerste generatie, en de bouwkwaliteit is over het algemeen goed, met uitzondering van een oplosbaar schotprobleem bij eerdere zusterschepen. Voor een zeiler die klassieke C&C-snelheid zoekt met een bruikbaar interieur, levert de Mark II uitstekend werk.
Pluspunten
- Langer waterlijn en hogere mast dan de Mark I, met een hogere PHRF-score
- Bewezen record op open zee en in wedstrijden, inclusief meerdere overwinningen op Mackinac
- Ruim genoeg interieur uit de jaren 70 met kantelbare dinette en hoekkooi
- Sommige gerevite kielen maken het mogelijk om de boot vlak op haar basis te laten staan
Minpunten
- Achterstuurstand is onbeschermd bij langdurig zeilen op de oceaan
- Vroege scheurvorming in het schot van de Mark I bij hardnekkige windvlagen
- Gas Atomic Four-hulpmotor op de meeste boten, tegenwoordig minder geliefd
- Krappe kaartentafel en beperkte bewegingsvrijheid achter het stuurwiel in de T-vormige kuip











