Ontwerp en constructie
Met een lengte over alles van 35 voet 3 inch, een waterlijnlengte van 26 voet 9 inch en een breedte van 10 voet 5 inch heeft de Nicholson 35 een waterverplaatsing van ongeveer 17.600 lb en een loden ballast van zo'n 7.300 lb (een verhouding van 41 tot 42 procent), waarbij het lood laag in de gegoten kiel is geconcentreerd, wat op elk meetpunt resulteert in een redelijk stijve boot. Het loden gietstuk wordt in een gegoten kielkoker gedropt en zwaar overgelamineerd. Nicholsons waren vroege adoptanten van isoftaalpolyester, hoewel dit model dit alleen in de gelcoat bevat. Sommige rompen zijn gebouwd onder Lloyds-inspectie, maar niet allemaal. De puttingijzers van haar wanten zijn zware roestvrijstalen "haarpinnen" die vlak binnenboord van de lage dolboorden zijn gebout, en Lloyds keurt de installatie goed. Een brugdek beschermt de kajuittrap, hoewel de hoge kuipranden betekenen dat de kuip bij een serieuze achteropslag bijna tot aan het luik kan vollopen; latere boten hebben naast de grote spuigaten in de kuip ook met een flap beschermd spuigat in de spiegel toegevoegd. (1)
Tuigage en bediening
De tuigage is een eenvoudige masttop-sloopgetuigde boot met dubbele onderwanten en enkele aerodynamische zalingen. De verjongde geanodiseerde Proctor-mast is voor geluidsisolatie voorzien van schuim. Het werkende zeiloppervlak is vrijwel gelijk verdeeld tussen de voordriehoek en het grootzeil, met standaard Lewmar 40 of 43 fokkenlierwinden en mastgemonteerde valwinden. Vroege boten zijn uitgerust met rolgiekbomen; latere modellen doen strikt binden. Yachting Monthly merkte op dat haar diepe V-boeg vastberaden door de golven snijdt met weinig buiswater, en dat het conservatieve zeilplan in combinatie met haar royale ballast de boot stijf houdt tot een windkracht 5, waardoor ze vol tuig kan blijven varen bij meer dan 20 knopen wind. De grote genua maakt het schootrekken van het voorzeil echter zwaar werk, en haar trage overstagtempo ten opzichte van een jacht met een kortere vinkiel wordt gecompenseerd door stabiele prestaties in ruw water. De plaatsing van de schroef op de achterkant van de kiel maakt manoeuvreren in krappe ruimtes moeilijk, vooral bij het achteruit ankeren. (2)
Accommodatie
Binnenin is de stahoogte overal meer dan 1,80 m en lange ramen in de salon houden de ruimte licht. De V-kooien in de voorhut zijn niet doorlopend, wat wel voetruimte biedt, hoewel een verticale kettingbuis tussen de kooien op veel boten een omtovering tot tweepersoonskooi belemmert en de ventilatie hier slecht is. Daarna volgt een natte cel over de volle breedte, gevolgd door een U-vormige eettafel aan stuurboord met een vaste klaptafel. Vroege boten gebruikten witte melamine schotten; latere modellen hebben teakhoutfineer, met overal zachte vinyl binnenschaal. De salonbank had oorspronkelijk een zeekooi er buitenom, die bij veel boten is weggelaten om opbergruimte te winnen. Alle kooien hebben standaard zeilgaffels. De kombuis heeft een kleine spoelbak, een ijskist van 1,5 liter en een standaard cardanisch Flavel-propaankooktoestel met twee branders op een bescheiden voorraad van 4,5 kg. Een kaartentafel bevindt zich in de twee indelingen aan bakboord achterin; de naar achteren gerichte versie ruilt de hoekkooi in voor een bakskist en voegt een verhoogde wachtplaats bij de kajuittrap toe.
Bekende problemen
De toegankelijkheid van de motor is slecht bij zowel de vroege hydraulische installaties als de latere V-drive systemen, hoewel u bij boten met een V-drive en een hoekkooi aan de voorzijde via de kooi kunt komen. Voor de vroege achterstevens gemonteerde motor met hydraulische aandrijving is het steeds moeilijker om reserveonderdelen te vinden. De ventilatie voorin is matig en vertrouwt op een onopvallende ventilator met een Tannoy luik die weinig lucht verplaatst. Vroege boten vullen de meegegoten watertank van ca. 70 gallon van binnenuit zonder dat er water over het dek hoeft te worden gegoten, en de meegegoten antislip is matig tot redelijk.
Refits en eigendom
Vroege boten gebruikten de Perkins of Westerbeke 4-107; latere modellen een kleinere Westerbeke L-25 of een gemarineerde Volkswagen Rabbit, waarbij de motor naar achteren onder de kuip is verplaatst op een V-aandrijving. De accucapaciteit groeide van twee 90 Ah tot 128 Ah elk met een 60-ampère dynamo. Een teakhouten dek was een optie maar zelden gekozen. Het originele dekbeslag was robuust — veertig jaar oude lieren en rails zijn er nog steeds in actief. Latere modellen bouwen de diepe koelbox vaak om tot een aparte koelkast en vriezer.
Het oordeel
De Nicholson 35 is een zeewaardige, zwaar gebouwde toerzeiler met een gemiddelde waterverplaatsing, waarvan de lichte ballast en diepe kimmen uitstekend geschikt zijn voor zeereizen. De boot wordt vooral benadeeld door de slechte motorhuisconstructie en de vroege ondersteuning van de aandrijflijn.
Pluspunten
- Stijve, stabiele romp met laag geplaatste loden ballast en door Lloyd's goedgekeurde puttingijzers
- Diepe, beschermende kuip met meegevormde spuitkap
- Standaard zijzeilen en praktische accommodatie voor een stel
Minpunten
- Slechte motorbereikbaarheid; vroege hydraulische aandrijving is moeilijk te onderhouden met reserveonderdelen
- Matige ventilatie in de voorhut; onhandig manoeuvreren achteruit in krappe ruimtes
- Sommige vroege details (melamine, watervulsystemen binnenin) zijn verouderd voor moderne toerzeilers






