Ontwerp en constructie
META bouwde deze rompen met grote wielen aan boeg en hek, zodat de romp tijdens het monteren langzaam kon worden gedraaid. Dit was een methode die paste bij het gelaste, lamineerde staal dat dit type kenmerkt. De romp is opgebouwd uit overlappend gerolde stalen platen met spanten van 8 mm bij 6 cm op een tussenruimte van 46 cm. De plaatdikte varieert van 4 tot 6 mm, waarbij het materiaal boven de waterlijn dunner is. Het dek bestaat uit een stalen plaat van 4 mm dikte. De lasnaden zijn volledig binnenuit en buitenaf uitgevoerd, met overlappen die zo zijn gerangschikt dat er geen water op de interne naad kan staan. Dit detail is duidelijk bedoeld om corrosie in een stalen romp te beperken die jarenlang intensief wordt gebruikt. Zoals bij veel van deze boten werden ze door de eigenaar voor afbouw verkocht, waardoor de afwerking van het interieur varieert. De structurele romp is echter het constante product van de werf. De vorm van de romp zelf is ontworpen om door ijsdruk te worden opgetild in plaats van te worden verbrijzeld, wat de reputatie van dit type als expeditieboot verklaart. (1)
Ballast en kiel
Wat ongebruikelijk is aan de Damien II, en mede de reden waarom hij zo goed presteert als blauwwaterexpeditieplatform, is dat de gehele ballast zich bevindt in het midzwaard of het hefkielanker. Deze configuratie houdt de rompvorm ondiep en beschermd bij vastlopen op zandbanken of ijs, terwijl het zwaartepunt laag blijft wanneer het zwaard is neergelaten. Een 24-volt lier bedient het midzwaardanker, en de boot is ook uitgerust met een Lofrans Falkon 24-volt ankerlier; beide tekenen van een elektrische installatie die is gebouwd rond zware, doordachte bediening van de ankergerei en de tuigage. (1)
Tuigage en bediening
De schoener is getuigd als een stagzeiltuig met twee aluminium masten van 15 meter die op het dek zijn geplaatst; de achterste mast staat op de stuurhuisconstructie, ongeveer 30 cm boven de voorste mastvoet. Een buitenboords roer dient als anker voor de windvaanstuurinrichting, waardoor de handmatige besturing wordt losgekoppeld van de hulpmotor. Een eigenaar heeft een 1,5 meter lange A-vormige boegspriet verwijderd omdat de waterstag de ijsbrekende krachten opving in de tuigage, een praktische aanpassing die laat zien hoe zwaar de voorzijde van de boot belast werd tijdens poolreizen. Bij verschillende rompen is 1,5 meter aan lengte toegevoegd om de roerdruk te verbeteren, en de hoge zeereling van 95 cm weerspiegelt dezelfde prioriteit voor koudbloedigheid en veiligheid voor de bemanning. (1)
Accommodatie en systemen
Een gedocumenteerd exemplaar toont een kombuis met een tweepits Force 10 propaankookplaat en oven, gevoed door drink- en zoutwaterpompen bij de spoelbak. De verwarming komt van een Dickinson Lofoten druppelketel dieselkachel in de stuurhut en een houtkachel voorin, waarbij beide schoorstenen ongeveer 2,5 meter hoog zijn om de diepgang te vergroten; de Lofoten maakt ook gebruik van een barometrische demper om warmteverlies via de schoorsteen te verminderen. Een eerdere Sig Marine 120 druppelketelkachel bleek te klein voor wintergebruik, en een koelkast die nooit goed presteerde is verwijderd ten gunste van laden. Drinkwater wordt vervoerd in ongeveer 450 liter verdeeld over negen tanks, en de elektrische installatie is opgedeeld in motoraccu's (twee of drie in arctische klimaten, parallel op 12 volt) en een huisaccubank van drie paren 12V diep-cyclus Group 27-accu's, wat ongeveer 300 Ah levert op 24 volt. (1)
Bekende problemen
De verwarmingen zijn niet zo opgesteld dat ze tijdens het zeilen kunnen draaien, behalve bij zeer lichte wind; meestal worden de schouwen en pijpen voor vertrek uit het water getrokken en afgedekt. Die beperking is belangrijk op een boot waarvan de aantrekkingskracht ligt in reizen in koud weer, aangezien het vaste of dieselverwarming beperkt tot rustige omstandigheden. De kapotte koelkast en de te kleine eerdere verwarming zijn gebreken die door eigenaren zijn gemeld, en geen structurele fouten, maar ze markeren het soort systeemwerkzaamheden dat een koper moet verwachten bij een individueel afgebouwd exemplaar. (1)
Het oordeel
De Damien II is een doelgerichte expeditie-schoener van staal, waarvan de constructie, de filosofie van ballast in de kiel en de rompvorm die is ontworpen voor het ijs de kernwaarden zijn. De boot beloont een eigenaar die bereid is om een lange reis te bouwen, te onderhouden en aan te passen, in plaats van een koper die op zoek is naar een direct zeewaardige kusttoerzeiler.
Pluspunten
- Stalen klinkerromp met volledige binnenuit gelaste en corrosiebestendige overlappen
- Alle ballast in de hefkiel voor ondiep, beschut en ijsbestendig varen
- Speciaal ontworpen expeditiespecificaties: windvaanstuurinrichting, hoge zeerelingen, indeling met dubbele verwarming
Minpunten
- Verkocht voor afbouw door eigenaar, waardoor de afwerkingskwaliteit en systemen per romp variëren
- De verwarming kan normaal gesproken niet onder zeil draaien, behalve bij zeer lichte wind
- Sommige af fabriek geplande uitrustingen (koelkast) bleken in de praktijk onvoldoende



