Ontwerp en constructie
De romp van Sundén uit het midden van de jaren zeventig combineert een massief polyester romp en dek met een ijzeren kiel, aangeboden in verschillende configuraties met variërende kielopties waarmee eigenaren diepgang kunnen ruilen voor toegang tot ondiepe ligplaatsen. De versie met lange kiel steekt ongeveer 5,4 tot 5,7 voet, afhankelijk van de belading, terwijl een ondiepere versie met lange kiel dat vermindert tot ongeveer 4,1 tot 4,4 voet, waardoor de boot zelfs in zeer ondiepe jachthavens kan aanmeren. Met een lengte-breedteverhouding (L/B) van 3,61 is ze slanker dan 98 procent van vergelijkbare ontwerpen, en met een verplaatsing-lengteverhouding (D/L) van 307 valt ze stevig in de categorie van zware toerjachten. De ballastverhouding van 46 procent is hoger dan die van 76 procent van soortgelijke zeilboten; dit cijfer draagt bij aan haar stabiliteit in plaats van aan haar acceleratie. (1)
Prestaties en zeegedrag
De cijfers van de Marieholm 26 beschrijven een zacht vaarend, ondramatisch schip. Haar comfortverhouding van 27,7 tot 29,2 wordt als comfortabeler dan die van 95% van alle vergelijkbare zeilbootontwerpen beschouwd, en een kapseiscoëfficiënt van bijna 507 pond per inch betekent dat ze zwaar op het water ligt en snel stilvalt in zeegang. De theoretische rompsnelheid is 6,0 knopen en de berekende maximale snelheid op de motor is slechts ongeveer 3,7 knopen, wat past bij een volle romp. Een kapseisindex van 1,61 plaatst haar binnen de geaccepteerde grenzen voor oceaanraces, hoewel het commentaar van de bron hierover abrupt eindigt. (1)
Tuigage en zeilplan
Ze is gebouwd met een fractionele tuigage en een referentiezeiloppervlak dat resulteert in een SA/D van 13,4, die stijgt tot 15,3 met een genua van 135 procent. Op basis hiervan heeft ze meer tuigage dan 8 % van alle vergelijkbare zeilboten, waardoor ze tot de duidelijk ondergetuigde boten van haar klasse behoort en bij licht weer sneller is dan slechts 18 % van haar leeftijdsgenoten. De specificaties voor vallen en schoten zijn bescheiden: de grootschoot- en voorzeilval bedragen ongeveer 23,2 meter met een draaddikte van 8 mm, de fok- en genuaschoten ongeveer 7,9 meter met 10 mm, en de grootschoot ongeveer 19,9 meter, alles binnen handbereik van de standaard uitrusting van een weekendzeiler. (1)
Accommodatie en bedoeld gebruik
De zware waterverplaatsende romp, de stabiliteit van de lange kiel en de comfortverhouding zijn uitermate geschikt voor een boot die is ontworpen voor toeren op beschut water en het verkennen van estuaria, in plaats van voor wedstrijden. De ondiepe kiel vergroot bovendien de bereikbaarheid van rustige baaien en krappe Scandinavische jachthavens.
Het oordeel
De Marieholm 26 is een conservatieve, op comfort gerichte Noorse toerzeiler waarvan de slanke breedte en zware ballast zorgen voor een opmerkelijk rustig gedrag voor haar lengte, ten koste van snelheid bij licht weer en een tuigage die de bemanning harder laat werken dan op een modern overgetuigd ontwerp. Ze beloont de zeiler die voorspelbaarheid en toegang tot ondiep water belangrijker vindt dan briljante prestaties.
Pluspunten
- Uitzonderlijk bewegingscomfort in vergelijking met vergelijkbare ontwerpen
- De optie voor een ondiepe kiel opent ondiepe jachthavens en ankerplaatsen
- Hoge ballastverhouding en volle romp bevorderen stabiliteit en zeewaardigheid
Minpunten
- Aanzienlijk ondergetuigd; traag bij licht weer in vergelijking met de meeste soortgelijke boten
- Lage topsnelheid op de motor beperkt de actieradius en het tempo
- Beperkte breedte beperkt het interieurvolume in vergelijking met bredere tijdgenoten







