Ontwerp en constructie
Het ontwerp van Andersson combineert een lengte over alles van 11,05 meter met een waterlijnlengte van 9,30 meter, een breedte van 3,22 meter en een waterverplaatsing van 5.600 kilogram. De loden ballast van 2.250 kilogram zorgt voor een ballastverhouding van 40 procent, en de resulterende kapseiscoëfficiënt van 1,83 plaatst de boot binnen de geaccepteerde grenzen voor offshore-wedstrijden. Zowel de romp als het dek zijn van polyester, maar niet als massief laminaat: de constructie is een sandwich met een Divinycell-kern, een keuze die volgens de periodebeoordeling heeft bijgedragen aan een beter interieurklimaat. Het nat oppervlak onder de waterlijn bedraagt ongeveer 35 vierkante meter. Op de motor draait een Yanmar-diesel van 27 pk met een saildrive tot een gemeten snelheid van 7,0 knopen, terwijl de theoretische rompsnelheid op grond van waterverplaatsing 7,4 knopen is. (1)
Tuigage en bediening
De fractionele tuigage draagt een gerapporteerd zeiloppervlak van 60,2 vierkante meter, en de zeiloppervlak-verplaatsingsverhouding bedraagt 17,3 op het ISO-vergelijkingszeil, wat stijgt tot 19,9 met een 135 procent genua. Een verplaatsing-lengteverhouding (D/L) van 194 plaatst haar in wat een recensie "gematigde wedstrijdboten" noemde, en de comfortverhouding van 25,4 beschrijft een romp die met doelgerichtheid beweegt in plaats van traagheid. De vinkiel steekt tussen de 1,78 en 1,88 meter, afhankelijk van de belasting, wat ondiep genoeg is om in de meeste jachthavens te kunnen aanleggen. De specificaties voor de vallen en schoten zijn royaal voor deze lengte: de grootschoot en genuawallen zijn 35,4 meter dik met 12 mm, de grootschoot is 27,6 meter lang met 14 mm, en de genuaschoten zijn 11,1 meter lang met 14 mm, wat de koper vertrouwen geeft dat de originele loden blokken en lieren zijn gekozen voor serieuze belastingen. (1)
Accommodatie
Benedendeks is het interieur voorzien van teak, wat past bij de Scandinavische praktijk van begin jaren tachtig. De registers vermelden geen exacte aantallen kooien of details over kaartentafels, maar de hierboven genoemde sandwichconstructie werd specifiek beschreven als een verbetering van het kajuitklimaat in plaats van louter gewichtsbesparing. De capaciteiten van 32 gallon zoetwater en 16 gallon brandstof zijn bescheiden, wat wijst op een boot die bedoeld was voor kustzeilen met periodieke aanvullingen, in plaats van lange, zelfvoorzienende reizen.
Het oordeel
De Mamba 36 is een goed doordachte Scandinavische toerzeiler met wedstrijdeigenschappen: een sandwichromp voor comfort, een loden geballaste vinkiel voor balans en een fractionele tuigage die onder zeil levendig blijft. Ze is geen volumineuze langeafstandszeiler, maar haar cijfers beschrijven een boot die snel, hanteerbaar en goed geproportioneerd is voor twee personen of clubwedstrijden.
Pluspunten
- Sandwichromp en -dek met Divinycell-kern voor een stabielere kajuittemperatuur
- Ballastverhouding van 40 procent en een kapseiscoëfficiënt van 1,83 wijzen op een zeewaardig profiel
- Vlakke vinkiel die diep genoeg is om de meeste jachthavens binnen te lopen
- Royaal beslag en grote schoot- en valafmetingen voor een 36-voets boot (1)
Minpunten
- Kleine brandstof- en watertanks beperken de autonome actieradius
- De saildrive-overbrenging vereist na verloop van tijd een zorgvuldige inspectie van de onderwaterafdichting





