Ontwerp en constructie
De romp van Polli vertoont zeer gelijkmatig verdeelde volumes, en die waterlijnvolume blijft hetzelfde of de boot voor de wind vaart of helt om naar loef te varen. Hierdoor veroorzaken de waterlijnen geen balansproblemen en blijft de boot gemakkelijk te sturen. Het achterschip heeft een vrijwel cirkelvormige spant met een sterk vernauwde waterlijn achterin, een vorm die ruimte biedt aan de lange T-kiel met een slanke maar opvallend lange loden torpedobom en een lange kielwortel met een diepgang van 1,90 meter. Het roerblad zit vrij diep en werkt relatief ver naar voren in de boot, waardoor de roerganger zich bijna midscheeps bevindt. Constructief geeft het samenhangende wrangen- en beslagonderdeel dat in de romp is gelamineerd, de 9.98 een stijve rug zonder afhankelijk te zijn van droge infusieprocessen.
Tuigage en bediening
De mast staat ver naar achteren geplaatst om een grotere fok en een iets kleinere grootzeil te dragen, met een opvallend lange giek die bijna tot het achterschip reikt. De overlappingshoek van de genua blijft op 105 procent, en een zelfkerende fok werd nooit als alternatief aangeboden. Dankzij de standaard 3D-haalpunten kan de leiding van de genuischoot oneindig worden versteld, waardoor het voorzeil binnen een breed bereik van vijf tot achttien graden ten opzichte van de hartlijn kan worden getrimd. Op het water zorgt de fok voor een goede versnelling na het overstag gaan, en zodra er een windvlaag opstak, schoot de 9.98 weg; dichter bij de wind loopt ze snel op, versnelt ze en houdt ze gemakkelijk haar tempo. Bij een gemeten wind van acht knopen zeilde ze op iets meer dan 40 graden met een snelheid van 6,0 knopen, wat exact overeenkomt met haar VPP. Haar ORCi GPH van 633 met een IRC TCC van 1,025 onderstreept de efficiëntie die Polli toeschrijft aan de harmonie tussen romp, uitrusting en zeilplan. Het stuurwiel — een indeling met dubbele stuurwielen die de ontwerper al had voorzien — doet het uitstekend met een gevoeligheid die vergelijkbaar is met die van de helmstok, maar wel een goede compromis biedt tussen gevoeligheid en stijfheid.
Accommodatie
Benedendeks is het interieur eenvoudig, functioneel en niet erg gezellig, met een volwaardige kaartentafel die is gericht in de vaarrichting en een kombuis met een tweepits kookplaat, gootsteen en voldoende opbergruimte. De voorhut blijft open naar de salon, met kooien van 1,95 meter lang en 1,62 meter breed bij schouderhoogte; salonkooien zijn 1,94 meter lang. De kooi in de achterhut is de krappe plek — slechts 1,28 meter breed bij schouderhoogte, te smal voor twee personen. De Club-toerversie vervangt de vaste panelen door klapschotten in de dinette en de boeghut, voegt een oven en een iets grotere stoffen garderobe achteraan toe, maar weegt slechts 50 kg meer dan de racer, terwijl de romp, uitrusting en zeilgarderobe gelijk blijven. De leefbaarheid is meer dan bevredigend en de hutten zijn ruim genoeg, hoewel er geen barbecue aan het achterschip is en er geen tafel in de kuip zit.
Bekende problemen
De motor is slecht geluiddicht, een eerlijke opmerking bij een boot waarvan de Volvo Penta D1-20 (13,8 kW / 18,8 pk, driecilinder, klapschroef met twee bladen) zich onder een licht composiet dek bevindt. De slaapplaatsen zijn beperkt en het achterhutkooi mist breedte — wat overeenkomt met de gemeten schouderbreedtes hierboven. (1)
Refits en eigendom
De 9.98 leent zich voor gestructureerde upgrades in plaats van een volledige herbouw. Een conventionele spinnaker-tuigage met mast en beslag is een optioneel pakket voor ORCi-wedstrijden op ruime- en lage wind, en er kan een permanent gemonteerde carbon boegspriet van 1,40 meter worden geïnstalleerd voor de ruime koersen. Een CNC-gemaakte kiel is als optie beschikbaar voor wie het laatste beetje prestatie nastreeft, en de dubbele grootschoot "German Cupper" met extra lieren is een kostenbatterij. De basisuitrusting van het dek omvat al Ronstan-beslag en Lewmar-lieren; een elektrische koelkast moet apart worden besteld. De ombouw tot toerjacht heeft aangetoond dat een snelle wedstrijdboot met een paar aanpassingen in de planningsfase al in lichte winden verandert in een behoorlijk comfortabele toerzeiler.
Het oordeel
De Italia 9.98 is een oprecht multifunctioneel ontwerp: een tweevoudig wereldkampioenschapszeiler waarvan de rompbalans en de harmonie van de tuigage overgaan in een responsieve, gemakkelijk te sturen toerzeiler met een stijve sandwichconstructie. Ze beloont een ervaren hand en verdraagt lichtweer, maar de achterhut en het motorlawaai herinneren eraan dat ze geboren is om te racen.
Pluspunten
- Twee wereldkampioenschappen (2015, 2016) op hetzelfde rompprofiel
- Gelijkmatig verdeelde waterlijnlengtevolume houdt haar uitgebalanceerd en gemakkelijk te sturen achter het anker
- Lange T-kiel met loden ballast en vrijhangend roer voor nauwkeurige controle
- Toptuigage met 105% genua en een grote trimmingsmarge van de 3D-haalpunt
- Clubtoerversie voegt comfort toe voor slechts 50 kg extra gewicht (2)
Minpunten
- Motor is slecht geluiddicht
- Achterhut is bij schouderhoogte slechts 1,28 m breed
- Interieur is eenvoudig en niet gezellig; geen kuiptafel of barbecue aan het achterschip (1)






