Ontwerp en constructie
Northshore bouwde de 115 met een massieve, handopgelegde polyester romp onder de waterlijn, met een balsahouten kern in het bovenwaterschip en dek, met uitzondering van belastinggebieden waar in plaats daarvan een multiplex kern werd gebruikt. De romp-dekverbinding bevindt zich bovenaan een stootkap, is doorgebout en chemisch verlijmd, en wordt afgesloten door een teakhouten reling — een detail dat ook de met teak beklede verhoogde stootkappen omlijst, wat de veiligheid op het dek vergroot. Een polyester wrangen- en kajuitvloer bedekt de zwaardkoker, en een aparte polyester plafondbekleding maakt het interieur compleet. Vroege boten waren het werk van Carter; latere series I tot III en de Mk II en volgende werden een samenwerking tussen Carter, Humphreys en Northshore. De Mk I droeg een gietijzeren "pancake" van 4.962 pond in de romp, plus een hydraulisch bediende ijzeren zwenkkiel van 2.016 pond voor een totale ballast van 6.978 pond. De aanpassingen van Humphreys voor de Mk II en latere modellen voegden gewicht toe aan de kiel, waardoor de totale ballast toenam tot 7.597 pond, terwijl het profiel meer diepgang en lift kreeg. (1)
Tuigage en bediening
De tuigage bestaat uit een op het dek geplaatste Seldén aluminium mast met dubbele zalingen, gedragen door een mastondersteuning bovenin de kajuit, met alle puttingijzers naar binnen gericht richting de brede kajuitopbouw die de ruimte op de gangboorden beperkt. Een enkel puttingijzer borgt het bovenwant en het middelgrote want aan elke kant vast, loopt naar achteren door en het achterstag splitst zich naar de puttingijzers aan bakboord en stuurboord met een verstelbare blokkenslijp. De Seldén giek draagt interne reeflijnen en een vaste neerhouder; een Lewmar valspul staat aan bakboord van de mast, met uitschuifbare treden aan beide zijden. Een korte roestvrijstalen spriet aan bakboord zet een asymmetrische spinnaker voor het voorstag. Op het water rapporteerden proefzeilers dat ze net iets meer dan 6 knopen maakte op halve wind en 5,5 knopen aan de wind bij een schijnbare windhoek van 35 graden; de werf beweerde dat ze veilig kon worden gevaren met de kiel omhoog of omlaag. Het enkele, ondiepe roer van de Mk I ventileerde toen de boot helling maakte, een fout die Humphreys corrigeerde door dubbele roeren te monteren die de koersvastheid behouden bij helling terwijl de ondiepe diepgang van het anker behouden blijft. (1)
Accommodatie
Benedendeks is de 115 rijk afgewerkt met een teakhouten plafond en goed gemaakt timmerwerk. Voorin vervangt een comfortabele tweepersoonskooi bovenop/beneden de gebruikelijke krappe V-kooi. De U-vormige bank aan bakboord in de salon omsluit een tafel op de compressiepaal; de kombuis in L-vorm voorin de kajuittrap aan bakboord heeft een dubbele wastafel met teakhouten afdekplaat. Achterin leidt een tree naar een ruime eigenaarssuite met een vrijwel kingsize kooi. Een verslag van een eigenaar merkt op dat de stahoogte beperkt is, deels om plaats te bieden aan het ankermechanisme van de zwenkkiel. De kuip en het dek zijn eenvoudig ingedeeld voor toervaren op de Noordzee en het Kanaal, eerder dan voor ontspannen in de jachthaven. (2)
Bekende problemen
De neiging van het Mk I-roer tot ventilatie is een historisch ontwerpfoutje dat in latere modellen is verholpen. De cosmetische zorg verschilt per kleur: lichtblauwe gelcoat-opties vervagen en krijgen haarscheurtjes sneller dan witte ankerkleur. De gietijzeren kiel en platen moeten periodiek worden opgefrist, omdat roest uiteindelijk door de primer en de beschermende lagen heen werkt. Originele boten misten GFCI-aansluitingen binnenin, en de fabriekskokerafdichting gebruikte een dunne bronzen slangenklem die na verloop van tijd broos wordt. De toegang tot de kuip, vooral onder een spuitkap of bimini, was tijdens de testperiode onhandig — een gevolg van de voor de Noordzee ontworpen kuipgeometrie. (2)
Refits en eigendom
Latere Mk IV-boten kregen een joystick voor de boegschroef bij de stuurstandaard, waar de bediening van het kielomlaagmechanisme al naast de Whitlock-stuurinrichting met kabel en kwadrant zat. Een instrumentenpaneel helpt bij het bepalen van de diepgang, en het hydraulische kielsysteem maakt het veranderen van de diepgang snel en eenvoudig. Gebouwde exemplaren waren uitgerust met Yanmar-diesels op schroefas. De Lewmar Torque Tube-stuurinrichting wordt als vrijwel onverwoestbaar beschouwd en is ruim voldoende dimensioneerd voor deze waterverplaatsing.
Het oordeel
De Southerly 115 is een doordacht ontworpen toerjacht met variabele diepgang waarvan de opeenvolgende generaties vroege stuurproblemen hebben verholpen en de ballast hebben vergroot voor meer stabiliteit op zee. Het interieur is ongewoon verfijnd voor de flexibiliteit in diepgang die het biedt, en de latere rompen met dubbele roeren zijn de exemplaren om te zoeken.
Pluspunten
- Dubbelroermodellen Mk II en latere modellen behouden hun stuurkracht bij helling
- Massieve polyester romp onder de waterlijn met een balsahouten kern in het bovenwaterschip
- Verfijnd teakhouten interieur met praktische over/onder voorhutten
- Hydraulische zwenkkiel met bedieningspaneel aan de stuurstand en eenvoudige bediening
Minpunten
- Het enkele roer van de Mk I ventileert bij helling
- De gietijzeren kiel en platen vereisen periodiek opnieuw lakken tegen roest
- De lichtblauwe gelcoat verbleekt en vertoont haarscheurtjes sneller dan wit
- De originele schroefasafdichting met haakje en ontbrekende GFCI-aansluitingen moeten worden aangepakt





