Ontwerp en constructie
De hand van Alberg is onmiskenbaar in de proporties van de 23. Ze is zwaar geballast, met 43 procent van haar waterverplaatsing van 3.350 pond in een loden lange kiel, en haar breedte is beperkt tot 7 voet 0 inch op een waterlijnlengte van 16 voet 3 inch. Het lage vrijboord en het dek dat haar zo fraaie lijnen geeft, betekenen ook minder ruimte benedendeks. Practical Sailor merkte op dat ze in de eigen literatuur van de werf werd beschreven als een topklasse "zeiljacht". Vroege boten hadden externe loden ballast; toen Ryder rond 1974 de rechten overnam en vanaf romp #525 nieuwe mallen bouwde, nam hij die voorheen externe kiel in, creëerde een zelflozende kuip en bouwde hij een zelflozende kuip. De romp, het dek en het kajuitdak van de Ryder zijn massief, handopgelegd polyester voor een compacte, solide constructie, verbonden door een naar binnen gerichte flens die is afgedicht met 3M 5200 en vastgezet met schroeven. Een eigenaar noemde de boot "overbouwd", en de houten details — mahoniehouten kuipranden en rugleuning, teakhouten handgrepen hierboven en veel teakafwerking benedendeks — getuigen van de esthetiek uit die periode, die Ryder heeft vernieuwd met een volledige binnenschaal, waarmee het gelakte polyester van eerdere modellen is vervangen. (2)
Tuigage en bediening
De Sprite voert een bescheiden zeiloppervlak van 247 vierkante voet onder grootzeil en fok, en de Ryder-versie heeft een 30-voets fractioneel getuigde Hall Spars mast op het dek met intern geleide vallen. Onder zeil is ze ontworpen om zo'n 30 graden te hellen, wat eigenaren en proevers niet zien als een gebrek, maar als een ontwerpkenmerk dat de waterlijnlengte en dus de rompsnelheid vergroot; de reling ligt dicht bij het water en bij korte steile golfslag kan de bemanning af en toe nat worden gespoten. Eenmaal op gang is ze zeer stabiel, de besturing is goed uitgebalanceerd met slechts een vleugje loefgierigheid, en het aan de kiel gehangen roer draait snel genoeg overstag, al dan niet zo snel als een vrijhangend roer. Verschillende lezers merken op dat de prestaties bij lichte wind wat traag zijn — wat gebruikelijk is bij kleinere boten met een lange kiel — maar het hijsen van een genua van 130 of 150 procent bij minder dan 10 knopen wind zorgt voor een duidelijke verbetering, en zodra de wind toeneemt, komt ze goed in haar element. Ze vaart goed als het weer ruw wordt en is gemakkelijk op weg naar open zee; Ryder beweerde ooit dat een solo-trans-Atlantische oversteek in 1974 het bewijs was van haar bereik.
Accommodatie
Benedendeks is de kajuit licht en redelijk luchtig met twee openslaande patrijspoorten en een rookkleurige luik, maar dit is een boot die is ontworpen om te zeilen, niet om op te liggen. De V-kooien van 6 voet zijn te kort met minimale stahoogte, en de bankkooien van 6 voet 3 inch verdwijnen snel onder de kuipstoelen. Clarke Ryder zelf zei dat het interieur het beste geschikt is voor het opbergen van spullen. De polyester tank van 10 gallon onder de stuurboordkooi voedt een gootsteen die via een huiddoorvoer loost, terwijl de ijskist afwatert in de bilge. Het boordtoilet bevindt zich in een wig aan het voeteneinde van de V-kooien, waar de vrijwel onbereikbare locatie de vraag naar privacy overbodig maakt; veel eigenaren hebben in plaats daarvan een draagbaar toilet gemonteerd. Een variant als daysailer met een kuip van acht voet, twee kooien en zonder kombuis of ijskist verscheen vroeg, maar in kleine aantallen.
Bekende problemen
Vroege modellen met externe ballast konden last hebben van loslatend lood langs de romp, een gebrek dat een eigenaar noemde bij het opbreken van zijn romp uit 1962. Sommige eerdere boten vertoonden lichte lekkages rond de mastvoet of puttingijzers, en verschillende door Ryder gebouwde exemplaren hadden waterinfiltratie bij de voeten van de voorplecht. De buitenboordmotorkuip ver achter de helmstok behoudt de lijnen van de boot maar is een last; meer dan 6 pk loopt het risico op controleproblemen, en minder dan 4 pk is een worsteling, waarbij de prestaties omgekeerd evenredig zijn met wind en golven. Geen enkele eigenaar die een keuring liet uitvoeren meldde blazen in de gelcoat, hoewel veel oudere polyester boten wel een laag verf nodig hebben. (1)
Refits en eigendom
Ryder bood kortstondig een optionele Yanmar 1 GM diesel binnenboordmotor aan die de buitenboordkoker overbodig zou maken, maar het gewicht en de kosten zijn moeilijk te rechtvaardigen en geen van de gescande lezers bezit een binnenboordmotor. Het standaard bronzen beslag, de openslaande patrijspoorten en de antislipdekken slijten goed; een exemplaar uit 1983 dat door een recensent werd gezeild, zag er bijna nieuw uit. Voor de oudere zeiler die niet langer een grote boot nodig heeft, vormen de stabiliteit en het eenvoudige vaargedrag een overtuigend argument.
Het oordeel
De Sea Sprite 23 is een uitzonderlijke daysailer—zeewaardig, stevig gebouwd en met een zeilbereik dat haar lengte overtreft. Ze vraagt om een actieve hand op het roer bij lichte wind en een vergevingsgezinde bemanning benedendeks, maar beloont met klassieke Alberg-uitstraling en geloofwaardigheid op zee.
Pluspunten
- Ingegoten kiel en massief, handopgelegd polyester in de boten van Ryder
- Van nature stabiele, uitgebalanceerde besturing, direct klaar voor open zee
- Tijdloos Alberg-profiel met lange kiel dat nog altijd de aandacht trekt
Minpunten
- Trage gang onder de 10 knopen zonder grote genua
- Krap benedendeks met een onhandige toiletplaatsing
- Lastige buitenboordkoker; risico op losraken van de vroege externe ballast





