Ontwerp en constructie
Het 22-voets ontwerp van Einar Ohlson is gebouwd van massief polyester met een ijzeren vinkiel, en de werf bood het aan in twee verschillende interieurconfiguraties. De vroegste boten hadden een licht mahoniehouten interieur dat minstens 300 kilogram lichter was dan de latere versie uit 1971, die een gegoten polyester interieuranker kreeg. De waterverplaatsing van 3.527 pond draagt 1.213 pond aan loden ballast voor een ballastverhouding van 34,39 procent, en de breedte van 8,04 voet geeft een verhouding lengte-breedte (L/B) van 2,65. Met een diepgang van 4,10 voet onder normale belasting houdt de romp voldoende weinig diepgang om in ondiepe jachthavens te kunnen liggen. Het natte oppervlak bedraagt ongeveer 172 vierkante voet, en de diepgang over het hele oppervlak van 542 pond per inch duidt op een stijve romp met een ondiep bodem die merkbaar reageert op het gewicht van bemanning en uitrusting. (1)
Tuigage en bediening
De Ohlson 22 is een toptuigage sloep met een zeiloppervlak van 270 vierkante voet. Met het ISO 8666 referentiezeil is de verhouding tussen zeiloppervlak en waterverplaatsing 15,3, wat stijgt tot 18,2 met een 135 procent genua, en de verplaatsing-lengteverhouding (D/L) van 216,99 plaatst hem stevig onder de zware waterverplaatsende toerjachten van deze omvang. De theoretische rompsnelheid is 5,9 knopen. De periodieke gegevens beschrijven het staand want en het lopend want in detail — de grootschoot, fok/genoa en spinnakerval zijn allemaal voorzien van 67,4 voet aan 5/16-inch lijn, terwijl de schoten een diameter van 10 mm hebben over lengtes van 21,3 tot 53,3 voet, afhankelijk van hun functie. De kapseiscoëfficiënt van 2,09 betekent dat de boot niet zou worden toegelaten tot deelname aan oceaanwedstrijden, en de comfortverhouding van 17,0 suggereert een rustige gang in korte steile golfslag. Een buitenboordmotor van 3 tot 4 pk — of een elektromotor die een stuwkracht van 73 tot 87 pond levert — is de gebruikelijke hulp bij het aanmeren en manoeuvreren.
Accommodatie
Benedendeks biedt de Ohlson 22 twee hutten met vier slaapplaatsen, een kombuis en een toilet. Het interieur is afgewerkt met mahonie, passend bij het lichte houten timmerwerk van de vroege versie, terwijl latere boten voor deze oppervlakken polyester (GRP) hebben gebruikt. Het compacte volume is typisch voor een 21-voets toerjacht uit die tijd, en het aantal van vier slaapplaatsen weerspiegelt een boot die gericht is op weekendstomers of kleine gezinnen, in plaats van langdurig verblijf aan boord.
Het oordeel
De Ohlson 22 is een bescheiden, duidelijk ontworpen product uit de vroege polyesterjaren van het Ohlson-kantoor: een ondiep stekende, stevig gebouwde vinkiel-sloop met een duidelijke interieurgeschiedenis van twee generaties en conservatieve toerproporties. De cijfers markeren hem als een kustboot voor beschut water in plaats van een oceaanracer, en het lichte vroege interieur geeft kopers een merkbare gewichtsvoordeel om af te wegen tegen de latere gegoten afwerking.
Pluspunten
- Massieve polyester romp met ijzeren vinkiel en een diepgang van 4,10 voet voor eenvoudige toegang tot jachthavens
- Vroege versie met mahoniehouten interieur weegt minstens 300 kg minder dan de boten uit 1971 met polyester interieur
- Vier slaapplaatsen met kombuis en toilet in een romp van 21 voet
Minpunten
- Kapseiscoëfficiënt van 2,09 (volgens een beoordeling op een jachtdatabase) sluit deelname aan oceaanwedstrijden uit
- Verplaatsing-lengteverhouding (D/L) van 216,99 beperkt de acceleratie bij licht weer
- Hulpmotor is een buitenboordmotor of elektrische motor, geen binnenboordmotor









