Ontwerp en constructie
De 18.5 is grotendeels gebouwd van polyester met houten afwerking, met een hellende voorsteven en een negatieve spiegel. De vaste vleugelkiel heeft een zeer geringe diepgang van slechts twee voet en combineert een bulb met winglets, een configuratie die Steve Henkel benoemde als een uniek kenmerk van het ontwerp: een zeer ondiepe kiel (twee voet diepgang) met zowel een bulb als 'winglets'. De ballast van 520 pond aan lood geeft een ballast-verplaatsingsverhouding van ongeveer 32,5 procent, wat Henkel noteerde als de hoogste in zijn vergelijkingsgroep. De romp is onder de waterlijn van massief polyester en het dek is eveneens massief, wat overeenkomt met de algemene methode van de werf om onder de waterlijn massief glas te gebruiken. (1)
Tuigage en vaareigenschappen
De boot is uitgerust met een fractioneel getuigde Bermuda-sloopgetuigde tuigage met een volledig doorgelat grootzeil en een fractionele zeilplan. Met 176 vierkante voet aan zeiloppervlak drijft dit de romp van 1.600 pond tot een theoretische rompsnelheid van ongeveer 5,3 knopen. De PHRF-gemiddelde handicap van 288 plaatst haar onder de bescheiden clubwedstrijdboten. Henkel merkte dat de volledige doorgelaten zaling het moeilijk maakte om de trim van het grootzeil goed te 'lezen', een eigenschap van de roach die visuele feedback inruilt voor eenvoudiger bediening. Aan de wind vond hij de ondiepe kiel en het kleine zijdelingse oppervlak onvoldoende voor zelfs maar middelmatig hoogwaardig upwind-segelen, met of zonder winglets; de kiel is te ondiep en heeft te weinig zijdelings oppervlak om zelfs maar redelijke prestaties aan de wind te verwachten. Het aan de spiegel gehangen opklapbare roer, dat dieper ligt dan de kiel, laat het roerblad bij een ondiep waterweergave blootstaan als de klapschroef niet is vergrendeld. (1)
Accommodatie
Benedendeks biedt de 18.5 slaapplaatsen voor drie personen: een tweepersoons V-kooi voorin en een rechte bank aan bakboord in de salon. Henkel prees de stahoogte van vier voet als uitzonderlijk voor een boot van deze omvang. De af fabriek optionele uitrusting omvatte een campingtoilet, een alcoholkookplaat in de kombuis, een kraan met waterpomp, een koelbox en een anker, wat duidt op een minimale uitrusting voor toerzeilen in plaats van een ingericht interieur. (1)
Bekende problemen
Het belangrijkste kwetsbare punt is het opklapbare roer. Omdat het dieper hangt dan de vaste vleugelkiel, is het onbeschermd en kan het beschadigd raken of verloren gaan bij een plotseling ondiep waterincident als men niet voorbereid is op het ophalen van het roer. (1)
Het oordeel
De Hunter 18.5 is een praktische compacte toerzeiler: licht genoeg om te traileren, ondiep genoeg voor achtertuinvijvers en gezegend met meer stahoogte en ballast dan haar lengte doet vermoeden. Ze is geen wedstrijdboot aan de wind, en haar roer vereist respect in ondiep water, maar als eerste trailerbare kajuitzeiler blijft het een verstandig, goed uitgebalanceerd geheel.
Pluspunten
- Vier voet stahoogte is uitzonderlijk voor deze lengte
- Hoogste ballastverhouding in de vergelijkingsgroep
- Ondiepe vleugelkiel met bulb en winglets vergemakkelijkt het te water laten
- Slaapplaatsen voor drie personen met een praktische V-kooi en bankkooi
Minpunten
- De prestaties aan de wind zijn beperkt door de ondiepe kiel met weinig zijdelingse oppervlakte
- Het grootzeil met volle spieren is moeilijk met het blote oog te trimmen
- Het opklapbare roer ligt dieper dan de kiel en is kwetsbaar voor schade door ondieptes









