Ontwerp en constructie
Reichel/Pugh tekenden een relatief brede romp met een lengte-breedteverhouding van 3,42. Het profiel van de romp laat zien dat de voorvoet net boven de ontwerplijn ligt met een vrij rechte voorsteven. De kimloper wordt vlakker rond de kielwortel en tilt dan op rond station 7,5. Deze vorm combineert uitstekend met vinnen met een zeer hoge aspectratio voor het roer en de kiel. De kiel zelf is een gegoten roestvrijstalen vinkiel met een loden bulb, waarbij een slimme kelp-knipschaar in het voorblad is ingebouwd zodat onkruid snel afknippert. Een grote overgangsvlak bij de knik in de romp maakt de verbinding glad. De totale ballast bedraagt 8.820 pond aan lood dat aan de onderkant van de vinkiel is gegoten, plus 2.980 pond aan waterballast in twee tanks per zijde. (1)
Tillotson Pearson bouwde de romp met gebruik van gebreid biaxiaal koolstofvezelweefsel voor de binnenhuid en een hybride weefsel van Kevlar en glas voor de buitenhuid, alles ingegeven in op maat gemaakte Ampreg-epoxy. De wrangen en spanten zijn massief koolstofvezel en glas over een schuimkern die integraal met de romp is gelamineerd, terwijl het dek volledig van carbon over schuim is met ingegoten dwarsbalken. Het roer en de roerkoning zijn volledig van koolstofvezel van GMT met Speedwave-lagers. Dit zijn exotische, lichtgewicht constructies voor een 48-voets jacht.
Tuigage en bediening
De fractionele tuigage draagt een zeiloppervlak van 1.194 vierkante voet en een zeiloppervlak-verplaatsingsverhouding (SA/D) van 27,98, gebouwd rond een carbon mast van Sparcraft, waarbij de masttop, de zwanenhals en de neerhouder allemaal van carbon zijn gegoten. De giek is een tweedelig onderdeel dat bestaat uit een uitgeperste bovenkant met een gevormd onderstuk. Het dekbeslag is volledig van Lewmar en de primaire lieren zijn ultralichte units die zijn gekoppeld aan een lichtgewicht stuurstandaard op de hartlijn — een indeling die de bewegingen van de bemanning efficiënt houdt en het zwaartepunt centraal plaatst. (1)
Accommodatie en systemen
Dit is in de eerste plaats een wedstrijdboot met bescheiden tankcapaciteiten van 21,4 gallon diesel en 41,5 gallon water. De hulpmotor is een Yanmar 3JH2-TCAE X SD31. De instrumenten zijn uitgebreid en volledig van Ockam, inclusief volledige polariscope-uitvoeringen onder de genoemde uitrusting — passend voor een boot die bedoeld is om naar doelen te zeilen in plaats van te toeren.
Het oordeel
De D 48 is een uiterst gefocuste grand prix eenheidsklasse: exotische composietconstructie, een diepe bulbkiel met een kelp-kotter en een carbon tuigage van een gerenommeerd ontwerpstichting. Met slechts acht gebouwde exemplaren is ze een zeldzame verschijning, en het pakket met waterballast en wedstrijdinstrumenten markeert haar als een serieuze wapen op de baan in plaats van een weekendtoerzeiler.
Pluspunten
- Hybride romp van carbon en Kevlar in op maat gemaakt epoxy met een geïntegreerde glasvezelcarbon kielconstructie
- Diepe, slanke gietstalen vinkiel met loden bulb en ingebouwde wierkoker
- Carbon mast en giekbeslag met volledige Ockam-instrumentatie inclusief polariscope
Minpunten
- Slechts 80 liter brandstof en 157 liter water — zeer beperkt vaarbereik
- Er zijn er slechts acht van gebouwd, waardoor reserveonderdelen en klassensteun beperkt zijn
- Het waterballastsysteem voegt complexiteit toe ten opzichte van een eenvoudiger raceteam met loden ballast







