Ontwerp en constructie
Het meest kenmerkende aspect van de 23.5 is zijn waterballast: 125 gallon (1.000 pond) die direct onder de waterlijn in ongeveer 16 kubieke voet volume wordt opgeslagen en kan worden afgegoten om dat gewicht te verliezen voor transport op de trailer. De boot, motor en trailer wegen samen 2.450 pond, en de gebruiker kan de 1.000 pond aan ballast weghalen voor de weg. Een intrekbare midzwaard, een opklapbaar roer en een mast die relatief eenvoudig te strijken en te zetten is, vergemakkelijken het traileren nog meer. Er is bovendien voldoende schuim ingebouwd om een positieve drijfvermogen te garanderen. De constructie is voor die periode eenvoudig: balsahout als kern in de romp en multiplex in het dek, met een aangepaste 'schoenendoos'-verbinding tussen dek en romp die is verlijmd met glasvezel en door de wrangen heen is vastgezet. De scepters rusten op aluminium contraplaten die in het polyester zijn gelamineerd en zeer stevig zijn; antislipprofielen zijn ingegoten. Het ontwerpproces van Hunter bestond uit het bouwen van een maquette en vervolgens een grondig getest prototype voordat het ontwerp werd goedgekeurd. In Practical Sailor merkten de inspecteurs van romp nummer 8 op dat er zorgvuldig werd gelet op details en afwerking, zelfs in moeilijk bereikbare hoeken. De werf bood een vijfjarige garantie tegen osmose in de onderwatersectie van de 23.5. (1)
Tuigage en bediening
De tuigage is een B&R-ontwerp met een 28-voets Z. Spar mast, fractioneel getuigd met naar achteren geplaatste zalingen waardoor er geen achterstag nodig is. Er is ook geen overloop of toplift. De grootschoot- en fokkeringen zijn intern en naar achteren naar de kuip geleid. De voortstuwing komt van een volledig doorgelat grootzeil van 128 vierkante voet en een 110 procent, 108 vierkante voet fok voor een totaal zeiloppervlak van 236 vierkante voet en een zeiloppervlak-verplaatsingsverhouding (SA/D) van 18,9. Testzeilers vonden dat de romp met het lichte ontwerp snel op snelheid kwam bij licht weer, hoog aan de wind loefde zonder merkbare roerdruk, en gemakkelijk gleed op een ruime wind en voor de wind. De boot zeilt goed op alle koersen bij licht weer en presteert goed voor de wind bij harde wind, maar bij 15–20 knopen wind met één rif begint hij consistent uit het roer te lopen en stallingen te vertonen, een neiging die wordt geassocieerd met het zeer snelle stallinggedrag van het midzwaard met een hoge aspectverhouding. Ook de bemanning had wat moeite om na het overstag gaan een goede koers te vinden. Testzeilers merkten op dat de curryklem van de grootschoot dicht bij de kuipvloer zit, waardoor deze bij harde wind op een kruisrak moeilijk bereikbaar is. Het werk aan de wind boven de 15 knopen werd als matig beoordeeld. (1)
Accommodatie
Benedendeks strekt de kajuit zich tot aan de reling zonder gangboorden, waardoor u over de rand moet klimmen om het voordek te bereiken. De salon is behoorlijk groot met meer stahoogte dan gebruikelijk is voor een 23-voets boot, en een hefdak (pop-top) zorgt ervoor dat men benedendeks in het midden kan staan; Hunter plaatste afvoeren rondom het hefdak, hoewel de waterdichtheid hiervan niet werd gegarandeerd. Drie patrijspoorten per zijde, een eenvoudige crèmekleurige binnenschaal en een grijsachtig fijn geweven doek op een deel van het bovenwaterschip vullen de ruimte aan. Achterin aan bakboord bevindt zich een kombuis met een eenpits spirituskooktoestel, een gootsteen en een uitschuifbare tafel met opbergruimte; daarvoorin ligt een kinderspeelgoedgrote bankkooi met een uitgesneden vak voor een draagbare koelbox, en tegenover deze kooi ligt een langere bankkooi van minder dan zes voet. Een middengeplaatste gleuf herbergt een kleine tafel die ook in de kuip kan worden opgesteld. Het draagbare toilet is aan stuurboord achter een gordijn onder de V-kooi geschoven, en een tweepersoonskooi bevindt zich achterin onder de kuip. In de kuip dient een middengeplaatste richel als voetensteun, de rugleuning van de kuipstoelen heeft schuimkussens en de bakskisten aan beide zijden bieden opbergruimte aan dek. Een #8 Barient lier aan elke kant van het kajuitdak bedient de schoten.
Bekende problemen
De multiplex dekkern heeft het potentieel om water op te zuigen mocht er op een gegeven moment lekkage in de kern optreden. De lage positie van de grootschoot-klem bij de kuipvloer is een praktisch zwak punt voor het bedienen bij harde wind aan de wind. De afdichting van het hefdak is door recensenten niet gecontroleerd, en er is geen waterlijn of spoor voor de bootafdichting in de romp ingesneden — een vreemde weglating voor een serieproductieboot. (1)
Refits en eigendom
De boot wordt geleverd met de Cruise Pac, die vrijwel alles biedt wat een klant nodig heeft, inclusief zeilen, motor, trailer, zeereling, anker en reddingsvest. De waterballast wordt in ongeveer twee minuten aan boord gehaald door een deksel aan de basis van de kajuittrap omhoog te klappen, een ventilatieopening te openen en een T-klep om te draaien waardoor een ronde roestvrijstalen plaat achter de kiel naar beneden valt om vier rompluiken bloot te leggen. Een geborsteld aluminium helmstokbeugel vormt een boog over de spiegel, waarbij een zwemtrap standaard is uitgerust. Een optioneel canvas kajuitdak zorgt voor extra bescherming tegen het weer, en nuttige toevoegingen zijn onder andere een automatische lenspomp en toegangplaten onder de lieren in de kuip.
Het oordeel
De Hunter 23.5 is een slim ontworpen trailerbare boot die traditionele ballast vervangt door het gewicht van afgevoerd water en verrassend veel kajuitvolume weet te pakken in een lage, volle romp. Zijn gedrag bij lichte wind en het gemakkelijke traileren zijn echte sterke punten, maar de prestaties aan de wind bij harde wind en een paar details aan de kuip-ergonomie vereisen tolerantie van de koper.
Pluspunten
- Waterballast loost 1.000 pond voor transport op de trailer; gecombineerd weggewicht 2.450 pond
- Eenvoudig mastzetten, intrekbare midzwaard, opklapbaar roer, positieve drijfvermogen
- Stahoogte dankzij het hefdak; ruime kajuit voor een 23-voets boot met tweepersoonskooi achterin
- B&R fractionele tuigage met interne vallen en zonder achterstag vereenvoudigt de opbouw
Minpunten
- Loopt snel uit het roer en valt stil bij 15–20 knopen wind met gereefd zeil; matige prestaties aan de wind boven de 15 knopen
- Multiplex dekconstructie loopt risico op lekkage als er een lek ontstaat
- Vierkant schot van de grootschoot is moeilijk bereikbaar nabij de kuipvloer; geen ingekerfde waterlijn









