Ontwerp en constructie
De romp van de 311 is een massief polyester monohull met ijzeren ballast van ongeveer 3.085 pond, wat een ballast-verplaatsingsverhouding van 35 procent oplevert die duidt op een stijf platform. Wat haar onder de waterlijn onderscheidt, is de kielconstructie met midzwaard: de standaarddiepgang bedraagt ongeveer 7,1 voet, terwijl de versie met hefkiel slechts 2,6 voet diep steekt. Er werd ook een optie met geringe diepgang en dubbele roeren aangeboden, ingebouwd in een skeg met een roer met een lagere aspectverhouding. De schroef en schroefas zitten in een skeg, en het roer zelf heeft een lagere aspectverhouding dan bij een vinkielconstructie. Boven de waterlijn citeerde de werf een uitzonderlijke spuitkap die alle krachten handig over de gehele romp verdeelt. Dezelfde bron beschreef het comfort van de boot als vergelijkbaar met dat van grotere modellen, terwijl hij uitgerust is met een volledige uitrusting. Het wedstrijdverleden van de romp is duidelijk zichtbaar in de snelheid: testers merkten dat de rompvorm gemakkelijk doorrolt zodra er genoeg vaart in zit, een eigenschap die is overgenomen van de eenheidsklasse Figaro. (1)
Tuigage en bediening
Aan dek is de 311 een fractioneel getuigde sloop met voorstag, achterstag, één zaling en één neerlaatbare giek. Het standaard zeilplan is bewust bescheiden voor toerzeilen — het rolfok is slechts ongeveer 110 procent, en het grootzeil heeft minder uitbouw dan de wedstrijdgerichte tuigage van de First-serie, waardoor ze minder standaard zeiloppervlak heeft dan een sportieve neef. Het bedienen van dat bescheiden zeilgoed is eenvoudig: lazyjacks geleiden het neergelaten grootzeil in een ritszak op de giek, een blok met één schijf werkt goed langs de achterlijk voor de reeflijn, en een stijve neerhouder ondersteunt de giek. Het grootschootstelsel overspant de kajuittrap, en een stuurwiel is logisch voor een boot die bestemd is voor toerzeilen of charter. Bij licht weer noteerden testzeilers drie knopen aan de ruime wind in een schijnbare windvlaag van 7 knopen, terwijl ze zo hoog mogelijk aan de wind zeilden, hoewel ze ook opmerkten dat ze bij deze omstandigheden te weinig zeiloppervlak hadden.
Accommodatie
Benedendeks maakt de 311 optimaal gebruik van haar breedte en waterlijnlengte van 28,7 voet. De indeling beschikt over een hut met tweepersoonskooi aan bakboord achterin en een V-kooi voorin, met de kombuis aan bakboord en een natte cel met een kleine kaartentafel aan stuurboord. Een tafel op de hartlijn geeft de salon zijn middelpunt, en de stahoogte ligt net onder de zes voet. Het hoofdluik is van hetzelfde transparante materiaal als het kajuitdak er direct onder, waardoor er veel licht naar achteren doorvalt. De bewering van de werf dat de ruimte en het comfort die van grotere modellen evenaren, wordt bevestigd door een indeling waarin twee aparte tweepersoonskooien en een functionele navigatiehoek passen in iets meer dan 32 voet lengte over alles.
Het oordeel
De Oceanis 311 Lktr is een toerzeiler met een rustige wedstrijdziel. Haar op de Figaro gebaseerde romp levert echte snelheid en een soepel gedrag op het water wanneer ze wordt voortgestuwd, terwijl de opties voor hefkiel en dubbele roeren haar vaargebied in ondiep water vergroten. Het compromis is een conservatief standaard zeilplan waardoor ze bij licht weer ondergetuigd is zonder dat de eigenaar een spinnaker of een grotere genua toevoegt.
Pluspunten
- Snelle, volumineuze romp met de eenheidsklasse-afkomst van Figaro
- Optionen voor midzwaard en geringe diepgang met dubbele roeren voor veelzijdige diepgang
- Praktische toerzeiltuigage met lazyjacks, giekzak en vaste neerhouder
- Twee tweepersoonskooien en een kaartentafel binnen 32 voet
Minpunten
- Het standaard 110% voorzeil en het kleine grootzeil zorgen voor een gering zeiloppervlak bij lichte wind
- Het roer met een lagere aspectverhouding en de roerkoning op skeg zijn meer geschikt voor toeren dan voor wendbaarheid







