Freeward 30 — Informatie, review, specificaties

Wyatt and Freeman·1970·Fairways Marine
Globale tekening

Beweeg over een maat om de waarde te zien

Romptype
Monohull · lang
Tuigage
Masttop-sloopgetuigd
LOA
29.99' · 9.14 m
Waterverpl.
14.555 lbs · 6.602 kg
Eerste jaar
1970

De Freeward 30 begon zijn leven in 1970 als het gezamenlijke visioen van scheepsarchitecten David Freeman en Gordon Wyatt, die hun voorkeuren en afkeuren uiteenzetten op zoek naar een ideale boot, nog voordat de plug, de mal en de eerste romp datzelfde jaar vorm kregen. De eerste romp droeg de naam Cape Sparrow, en het ontwerp werd tentoongesteld op de Earls Court Boat Show in januari 1970. Nadat een vroege samenwerking met David Skellon een aantal van de eerste boten produceerde en verkocht, werd het jacht later hernoemd tot Fisher.

Maten

Afmetingen 01

Lengte over alles
29,99 ft
Deklengte
Waterlijnlengte
24,93 ft
Breedte
9,48 ft
Diepgang
4,27 ft
Maximale stahoogte
Doorvaarthoogte

Constructie en romp 02

Constructie
Polyester
Romptype
Monohull
Kieltype
Lang
Roer
1× Aan spiegel gehangen
Ballast
(IJzer)
Waterverplaatsing
14.555 lbs
Watercapaciteit
Brandstofcapaciteit

Tuigage en zeilen 03

Tuigagetype
Masttop-sloopgetuigd
Voorlijk grootzeil
Onderlijk grootzeil
Hoogte voordriehoek
Basis voordriehoek
Voorstaglengte (geschat)
Zeiloppervlak

Berekeningen 04

Zeiloppervlak-verplaatsingsverhouding
Ballast-verplaatsingsverhouding
Verplaatsing-lengteverhouding (D/L)
419,37
Comfortverhouding
42,52
Kapseiscoëfficiënt
1,55
Rompsnelheid
6,69 kn

Ontwerp en constructie

De Freeward 30 nam een spitsgatromp over die was geïnspireerd op traditionele Noordzee-vissersboten, bedoeld om hun robuuste zeewaardige karakter te tonen. Die werphull kreeg een uitgesproken zeeg in het water en fijnere boegen. Een lange kiel zorgde voor balans bij de slooptuigage, en diepe hekken hielden de bemanning veilig aan dek. Het concept behield de soepele zeegang van jachten gebouwd door Millers en andere Schotse werven. (1)

Tuigage en vaareigenschappen

De slooptuigage was een eenvoudige toptuigage die werd gecompenseerd door de lange kiel, wat zorgde voor een goede koersvastheid in zeegang. Met een waterlijnlengte van 24,93 voet en een waterverplaatsing van 14.555 pond bewoog de romp van 29,99 voet met de bedachtzaamheid van een zware kusttoerzeiler, en de rompsnelheid van 6,69 knopen weerspiegelde dat stabiele karakter.

Accommodatie

De breedte van 9,48 voet en de diepgang van 4,27 voet plaatsten de boot in het traditionele segment van de toerzeilers, met diepe dolboorden en een uitgesproken zeegang die zorgden voor veiligheid voor de bemanning in ruw water. De spitsgattervorm gaf prioriteit aan zeewaardigheid boven een achterpiek met een laadruimte.

Bekende problemen

De Freeward 30 vertoont geen structurele gebreken of systemische storingen gedurende de vroege jaren van gebruik. De vroege productieperiode wordt alleen gekenmerkt door de latere naamswijziging naar Fisher.

Refits en eigendom

David Freeman en Gordon Wyatt marketingten het concept aan gevestigde werven en scheepstimmerlieden voordat nauwere samenwerking met David Skellon leidde tot de eerste verkochte boten. De naamswijziging naar Fisher markeert de overgang van het ontwerp uit het Freeward-embleem.

Het oordeel

De Freeward 30 is een traditionele spitsgatter geïnterpreteerd als een zeewaardige, koersvaste sloep op een lange kiel.

Pluspunten

  • Knikspantromp met het zeewaardige karakter van een Noordzee-vistuig
  • Lange kiel zorgde voor een goede balans met de slooptuigage en koersvastheid
  • Diepe hekken voor de veiligheid van de bemanning
  • Rustige zeegang die behouden is gebleven uit de traditie van de Schotse werven

Minpunten

  • Alleen een exemplaar met de oude naam; later hernoemd tot Fisher
  • Interieurindeling niet gedetailleerd door beschikbaar materiaal van de klassenorganisatie

Vergelijkbare zeilboten

12 vergelijkbare ontwerpen · vergelijkbare LOA, waterverplaatsing en tuigage