Ontwerp en constructie
De Adams 17 is voorzien van een houten beplanking over een massieve romp met een vinkiel-monohullvorm. De ballast bedraagt nul pond bij een waterverplaatsing van 3.800 pond, een verhouding die in het register staat vermeld als 0 procent voor de romptype Monohull vinkiel. Ze heeft een diepgang van 4 voet 6 inch en een breedte van slechts 6 voet, wat als smal kan worden beschouwd zelfs in vergelijking met andere kleine toerzeilers uit de directe naoorlogse periode. De verplaatsing-lengteverhouding (D/L) van 330,50 en een comfortverhouding van 26,94 beschrijven een korte, zware romp waarvan de bewegingen meer te maken hebben met massa dan met wendbaarheid. De kapseiscoëfficiënt van 1,54 en haar uitstekende oprichtingsvermogen bij kapseizen wijzen op een romp die, eenmaal omgekeerd, goed herstelt, hoewel ze onder normale omstandigheden niet erg stijf op haar kant ligt. (1)
Tuigage en handling
De fractionele tuigage draagt 253 vierkante voet zeil op 100 procent, verdeeld over een grootzeil van 172,94 vierkante voet en een voordriehoek van 119,47 vierkante voet, met een I van 30,83 voet en een J van 7,75 voet, een P van 27,67 en een E van 12,50. Met een zeiloppervlak-verplaatsingsverhouding (SA/D) van 16,67 presteert ze redelijk goed voor haar type, hoewel dezelfde bronnen opmerken dat ze niet stijf is en het best geschikt is als kusttoerzeiler. Haar rompsnelheid wordt berekend op 5,57 knopen, een getal dat past bij de korte waterlijn en zware waterverplaatsing, en niet bij snelheid op open zee. (1)
Accommodatie
De Adams 17 heeft geen hutten, kooien, toiletten, watercapaciteit of stahoogte vermeld, en de genoemde enkele motor heeft nul pk en geen brandstofcapaciteit. Wat dit beschrijft is geen kampeerzeiler met afgesloten ruimtes, maar een open of minimaal voorzien van schotten getuigde romp voor dagtochten langs de kust, waarvan de aantrekkingskracht ligt op het dek en de kuip in plaats van benedendeks. De productie van dertig boten en het bouwjaar 1946–1947 betekenen dat elk overlevend exemplaar een product is van een zeer kleine, zeer vroege serie.
Bekende problemen
Het ontbreken van ballast in de specificaties, gecombineerd met de algemene uitspraak dat ze niet stijf is, betekent dat de lage initiële stabiliteit van de boot een ontworpen eigenschap is en geen achteruitgang — een koper of zeiler moet begrijpen dat ze gemakkelijk zal hellen en zich alleen door haar oprichtend moment weer opricht, niet door lood diep in de kiel. De houten beplanking en de massieve romp kennen geen specifieke bekende zwakheden die uniek zijn voor dit model.
Het oordeel
De Quincy Adams 17 is een vreemde en zeldzame naoorlogse houten sloop: zwaar voor haar lengte, smal van breedte, niet geballast volgens de registers en in zeer kleine aantallen gebouwd. Ze is in de eerste plaats een kustzeiler met een fractionele tuigage die redelijk presteert en een stabiliteitsgedrag bij kapseizen dat vertrouwen wekt op beschut water, ook al weerhoudt het gebrek aan stijfheid ervan om haar hard aan te pakken. Als verzamelobject van het werk van Quincy Adams Yacht Yard en Fred Goeller beloont ze een eigenaar die zeldzaamheid en het behoud van een houten boot belangrijker vindt dan interieurvolume of moderne gemakken.
Pluspunten
- Uitstekende oprichtende kracht bij kapseizen
- Redelijk goede prestaties onder fractioneel getuigde sloopgetuigde romp
- Zeer zeldzaam — slechts dertig gebouwd tussen 1946 en 1947
Minpunten
- Niet stijf; helt gemakkelijk zonder gerapporteerde ballast
- Geen hutten, kooien, toiletten of watercapaciteit vermeld
- Door ontwerp en afmetingen best beperkt tot kusttoerzeilen





